Het praktijkhandboek voor de Duitse herder

German Shepherd and Dobermann sitting beside a large red CollieBall herding ball

Dit is het verhaal dat we een vriend zouden vertellen die twijfelt over een Duitse herder, of die er vorige week een in huis haalde. Het gaat over hoe de komende tien jaar er echt uitzien: wat de hond nodig heeft op een doodgewone dinsdagavond in de regen, als hij sinds het middaguur binnen zit.

Waar het ras vandaan komt

Max von Stephanitz legde de Duitse herder eind negentiende eeuw in Duitsland vast als ras. Hij wilde één werkras, samengesteld uit de beste regionale herdershonden. De reputatie bij politie en leger kwam pas decennia later. Onder dat alles is de hond nog steeds een herder. Hij kijkt, hij anticipeert, hij wil een taak, en dat ene feit verklaart bijna alles wat hierna komt.

Een Duitse herder zonder werk verzint zelf wel iets. Het hek patrouilleren, blaffen naar beweging op straat, de kinderen door de woonkamer drijven. Het andere dat je vroeg moet weten: een Duitse herder hecht zich sterk aan één of twee mensen en is tegenover de rest hooguit beleefd. Dat is het ras zoals het bedoeld is, geen fout in de opvoeding.

Werklijn of showlijn

Koop je een pup, dan telt deze keuze zwaarder dan de website van de fokker of welke pup als eerste bij je op schoot klimt. Werklijnen zijn slanker, hoger in drive, gefokt voor sport en dienst. Showlijnen zijn zwaarder gebouwd en over het algemeen zachter van karakter. In het dagelijks leven gedragen ze zich bijna als twee verschillende rassen.

Een hond uit de werklijn is gefokt voor mensen die trainen als hobby. Twee uur gestructureerd werk per dag, de meeste dagen, tien jaar lang. Klinkt dat als veel, dan is dat het ook, en een werklijnhond die het niet krijgt zoekt zelf een uitweg. Een volwassen showlijnhond is de realistischere optie voor een gezin en kan tevreden zijn met 60 tot 90 minuten gemengde beweging plus wat hersenwerk.

Vraag hoe dan ook naar de gezondheidsuitslagen van beide ouderdieren, met name heup- en elleboogscores, en vraag je dierenarts wat die cijfers voor dit ras concreet betekenen voordat je je vastlegt. Elke fokker bij wie je wilt kopen, verwacht die vraag.

Karakter, van dag tot dag

Een goed gefokte, goed gesocialiseerde Duitse herder is stabiel. Zelfverzekerd thuis, onverschillig tegenover vreemden, snel van begrip. Vaak sneller dan je had ingecalculeerd.

In de praktijk loopt de hond je van kamer naar kamer achterna, want toezicht houden op het huishouden telt als taak en die heeft hij op zich genomen. Bezoek wordt geregistreerd, bekeken en daarna genegeerd. Routines heeft hij na een stuk of twee herhalingen door, inclusief de routines die je nooit hebt willen aanleren.

Nerveus, scherp of onvoorspelbaar gedrag hoort niet bij het ras. Zie je het toch, schakel dan vroeg een goede trainer in in plaats van te wachten tot de hond eroverheen groeit.

Een realistisch dagritme

Alleen cardio brengt dit ras niet tot rust. Het levert een fittere hond op die méér cardio nodig heeft. Het werk moet lichaam en hersenen combineren, en dat ziet er in de praktijk zo uit: 's ochtends een echte snuffelwandeling van 30 tot 45 minuten, rond het middaguur tien minuten hersenwerk (trucjes trainen, voer uitstrooien in het gras, een puzzelbak), en 's avonds een langere sessie.

In die avondsessie komt de oude bedrading naar boven. Een hond die een bal duwt die te groot is om op te pakken, doet precies waarvoor het ras gebouwd is: iets bewegends onder controle houden zonder het ooit te kunnen afmaken. De meeste volwassen Duitse herders houden dat veel langer vol dan het najagen van een geworpen speeltje.

De schofthoogte bepaalt de maat. Tot 37 cm hoort de bal van 45 cm, 38 tot 50 cm de 55 cm, 51 tot 62 cm de 75 cm, en 63 cm en hoger de 95 cm. Een volwassen Duitse herder zit aan de bovenkant van die schaal, dus de drijfbal van 95 cm is de juiste, meestal in de vorm van het 95 cm compleet pakket. Groeit je hond nog of zit hij vlak bij een grens, dan geeft de maatwijzer uitsluitsel.

Nog één opmerking over de opbouw, want daar wordt naar gevraagd. Een opblaasbare binnenbal zit in een hoes van ballistisch weefsel, zodat de laag die de tanden opvangt niet de laag is die de lucht vasthoudt, en de binnenbal apart vervangen kan worden. Een uitgebreidere uitleg staat op onze pagina wat is een drijfbal.

Waar de hond woont

Een Duitse herder kan in een appartement wonen, en veel doen dat prima. Het appartement is zelden het probleem. De agenda wel.

Twee dingen tellen zwaarder dan vierkante meters. Uitjes die de hond kan voorspellen, in plaats van wandelingen die plaatsvinden als iemand toevallig tijd heeft. En een vaste rustplek, dagelijks geoefend, want honden die nooit uitschakelen hebben meestal nooit geleerd dat uitschakelen mag. Zolang de hond nog groeit, vraag je dierenarts of fokker hoeveel beweging bij zijn leeftijd past in plaats van te gokken. Groei en gewrichtsontwikkeling bij een groot ras zijn punten waarop het advies van een dierenarts het wint van een vuistregel van internet.

Een tuin helpt, maar vervangt niets daarvan. Een verveelde Duitse herder met een tuin is een verveelde Duitse herder met meer terrein om te patrouilleren.

Vacht en verharen

Er komt haar op alles wat je bezit. De Duitse herder heeft een dubbele vacht en verhaart het hele jaar door, met twee zwaardere seizoenspieken. Twee tot drie keer per week borstelen houdt het beheersbaar, dagelijks tijdens een piek, en een ondervachtharkje doet meer werk dan welk ander stuk gereedschap je ook koopt. Baden blijft incidenteel. Scheer de vacht niet, en als het er echt uitziet als een probleem, vraag dan eerst een trimmer of je dierenarts.

Reken op een goede stofzuiger.

Van pup tot senior

De eerste vier maanden draaien om socialisatie: ondergronden, geluiden, mensen, andere honden, rustig en in kleine porties. Daarna loopt de puberteit van ruwweg zes maanden tot twee jaar, en dat is de periode die eigenaren het zwaarst vinden, waarin een meegaande pup verandert in een sterke puber met plotselinge meningen over terugkomen. Het gaat voorbij. Met structuur gaat het sneller voorbij dan met geduld alleen.

Van ongeveer twee tot zeven jaar heb je de hond waarvoor je hebt getraind. Daarna stopt het werk niet, het verandert van vorm: kortere sessies, meer speurspelletjes, minder springen. Oudere Duitse herders blijven vaak fanatiek lang nadat hun lichaam dezelfde belasting niet meer wil, dus laat je dierenarts het tempo bepalen naarmate de hond ouder wordt.

Past dit ras bij jou

Een Duitse herder past bij iemand die een hond wil die net zo goed een project is als een gezelschapshond, die genoeg thuis is om een routine vol te houden, en die trainen leuk vindt in plaats van het erbij te nemen. Denk er nog eens over na als de hond negen uur per dag alleen zou zijn, als je een makkelijke wandelmaat zoekt, of als je een hond voor je ziet die iedereen in het park aanbidt. Dat laatste is nooit waar dit ras voor bedoeld was.

De meeste problemen waar eigenaren tegenaan lopen zijn voorspelbaar, en die hebben we apart beschreven in de fouten die de meeste mensen maken met een Duitse herder. De moeite waard om te lezen vóór de pup komt, in plaats van na het eerste probleem.